toejuichen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·jui·chen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toejuichen
juichte toe
toegejuicht
zwak -t volledig

Werkwoord

toejuichen

  1. met gejuich begroeten
    De aanwezigen fans juichten hun winnaar toe.
Synoniemen
Vertalingen