goedkeuring

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·keu·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord goedkeuring goedkeuringen
verkleinwoord goedkeurinkje goedkeurinkjes

Zelfstandig naamwoord

goedkeuring v

  1. een positieve beoordeling
    • Kan het uw goedkeuring wegdragen of moet het anders? 
     Goedkeuring gemeente: Het voorgestelde restauratieplan van de nieuwe eigenaar is in te zien op de website van Paleis Soestdijk. Of het ook wordt uitgevoerd, is nog niet helemaal zeker. De gemeenteraad moet het eerst nog goedkeuren, iets waar al langer over wordt gesteggeld.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Plan voor restauratie Soestdijk gepresenteerd: 'Geen gemakkelijke klus'” (3/6/2020), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be