tegenspeler
Uiterlijk
- Geluid: tegenspeler (hulp, bestand)
- IPA: / ˈteɣə(n)ˌspelər / (4 lettergrepen)
- te·gen·spe·ler
- samenstelling van tegen bw en speler zn
- Naamwoord van handeling van tegenspelen met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tegenspeler | tegenspelers |
| verkleinwoord | tegenspelertje | tegenspelertjes |
de tegenspeler m
- een speler van de tegenpartij
- iemand die met een ander samenspeelt
1. een speler van de tegenpartij
- Het woord tegenspeler staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tegenspeler" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %