matter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mat·ter

Bijvoeglijk naamwoord

matter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van mat


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
matter matters

Zelfstandig naamwoord

matter

  1. zaak, onderwerp
  2. materie
Synoniemen


vervoeging
onbepaalde wijs to matter
he/she/it matters
verleden tijd mattered
voltooid
deelwoord
mattered
onvoltooid
deelwoord
mattering
gebiedende wijs matter

Werkwoord

matter

  1. van belang zijn