spie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Spieën [1]
Inlegspie [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spie
enkelvoud meervoud
naamwoord spie spieën
verkleinwoord spietje spietjes

Zelfstandig naamwoord

[A] spie v/m

  1. (techniek) een plat of rond, toelopend voorwerp dat wordt gebruikt om iets stevig mee vast te zetten, of bijv. een stuk hout te kloven
    • De steigerpijpen worden met spieën vastgezet. 
  2. (techniek) een stukje metaal dat in een groef van een (motor-) as ligt opgesloten, om verdraaiing te verhinderen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord spie spiezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] spie v

  1. (spreektaal) een cent
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: geen spie meer hebben
geen cent meer hebben, blut zijn
Vertalingen


Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie