sound

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sound
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sound sounds
verkleinwoord soundje soundjes

Zelfstandig naamwoord

sound m

  1. geluid
  2. (muziek) in het bijzonder: eigen, specifiek geluid van een groep of stroming
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse gesund
enkelvoud meervoud
sound sounds

Zelfstandig naamwoord

sound

  1. geluid
  2. gehoorsafstand
  3. zeearm
vervoeging
onbepaalde wijs to sound
he/she/it sounds
verleden tijd sounded
voltooid
deelwoord
sounded
onvoltooid
deelwoord
sounding
gebiedende wijs sound

Werkwoord

sound

  1. klinken


stellend vergrotend overtreffend
sound sounder soundest

Bijvoeglijk naamwoord

sound

  1. gezond
  2. correct
Synoniemen