soi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

nominatief genitief datief accusatief benadrukt
se - se se soi

Persoonlijk voornaamwoord

soi

  1. 3e persoon enkelvoud en meervoud, gebruikt na een voorzetsel, wederkerend of wederkerig. - zich, elkaar
    Ça va de soi. - Dat gaat vanzelf. (Letterlijk: Dat gaat van zich.)
    Ils ont fini à côté de soi. - Ze zijn naast elkaar geëindigd.