slaapbeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Human skull nolables.svg
par
occ
tmp
frn
sph
lac
nas
max
mnd
eth
zyg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·been
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slaapbeen slaapbeenderen
slaapbenen
verkleinwoord slaapbeentje slaapbeentjes

Zelfstandig naamwoord

slaapbeen o

  1. (anatomie) één van de beenderen van de schedel
    • Het slaapbeen was ernstig beschadigd. 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie