bovenkaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Human skull nolables.svg
par
occ
tmp
frn
sph
lac
nas
max
mnd
eth
zyg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·kaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenkaak bovenkaken
verkleinwoord bovenkaakje bovenkaakjes

Zelfstandig naamwoord

bovenkaak v/m

  1. (anatomie) één van de beenderen van de schedel
    • Kunt u mij de bovenkaak aanwijzen? 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie