temporal
Uiterlijk
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| temporal | more temporal | most temporal |
temporal
- (natuurkunde) op de tijd betrekking hebbend
- «This vector has both a temporal and a spatial component.»
- Deze vector heeft zowel een tijdscomponent als een ruimtelijke component
- «This vector has both a temporal and a spatial component.»
- wereldlijk
- tijdelijk, voorlopig
- (anatomie) op de slapen betrekking hebbend
- ~ bone: slaapbeen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | temporal | temporaux |
| vrouwelijk | temporale | temporales |
temporal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | temporal | temporales |
| vrouwelijk | temporal | temporales |
temporal
- temporal in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 8
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
- Natuurkunde in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans
- Anatomie in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 8
- Bijvoeglijk naamwoord in het Spaans
