wandbeen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Human skull nolables.svg
par
occ
tmp
frn
sph
lac
nas
max
mnd
eth
zyg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wand·been
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wandbeen wandbeenderen
verkleinwoord wandbeentje wandbeentjes

Zelfstandig naamwoord

wandbeen o (zie afbeelding: regio tmp)

  1. (anatomie) één van de beenderen van de schedel
    • Op de afbeelding was het wandbeen duidelijk te zien. 
Synoniemen
  • (wetenschappelijk) os parietale
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie