sjukhus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • sjuk·hus
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van het Zweedse bijvoeglijke naamwoord sjuk en het Zweedse zelfstandige naamwoord hus
Naar frequentie 1594
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sjukhus     sjukhuset     sjukhus     sjukhusen  
genitief   sjukhus     sjukhusets     sjukhus     sjukhusens  

Zelfstandig naamwoord

sjukhus, o

  1. (bouwkunde), (medisch) ziekenhuis
    «Fem personer, två vuxna och tre barn, fick föras till sjukhus för kontroll efter en kökrock som inträffade på E6.»
    Vijf personen, twee volwassenen en drie kinderen, werden naar het ziekenhuis voor controle na een kop-staartbotsing dat plaatsvond op de E6.
  2. (militair) lazaret
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

sjukhus

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van sjukhus

sjukhus

  1. genitief onbepaald onzijdig enkelvoud van sjukhus

sjukhus

  1. genitief onbepaald onzijdig meervoud van sjukhus