scheet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheet scheten
verkleinwoord scheetje scheetjes

Zelfstandig naamwoord

scheet m

  1. gasontlading uit de darm
    • Zeg, heb jij soms een scheet gelaten? 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schijten

scheet

  1. enkelvoud verleden tijd van schijten
    • Ik scheet. 
    • Jij scheet. 
    • Hij, zij, het scheet. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie