flatus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fla·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord flatus flatussen
flati
verkleinwoord flatusje flatusjes

Zelfstandig naamwoord

flatus m

  1. (medisch) het ontsnappen van opgehoopte gassen; wind
    In het Latijn is het meervoud geen flati, maar goed.