row

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
row rows

Zelfstandig naamwoord

row

  1. ruzie, rel
Uitspraak
enkelvoud meervoud
row rows

Zelfstandig naamwoord

row

  1. rij


vervoeging
onbepaalde wijs to row
he/she/it rows
verleden tijd rowed
voltooid
deelwoord
rowed
onvoltooid
deelwoord
rowing
gebiedende wijs row

Werkwoord

row

  1. roeien