rende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ren·de

Werkwoord

vervoeging van
rennen

rende

  1. enkelvoud verleden tijd van rennen
    Ik rende.
    Jij rende.
    Hij, zij, het rende.


Turks

Woordafbreking
  • ren·de
enkelvoud meervoud
nominatief   rende     rendeler  
genitief   rendenin     rendelerin  
datief   rendeye     rendelere  
accusatief   rendeyi     rendeleri  
locatief   rendede     rendelerde  
ablatief   rendeden     rendelerden  

Zelfstandig naamwoord

rende

  1. (gereedschap) schaaf
  2. rasp (keukengereedschap)