schaaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een schaaf

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaaf
enkelvoud meervoud
naamwoord schaaf schaven
verkleinwoord schaafje schaafjes

Zelfstandig naamwoord

schaaf v/m

  1. (gereedschap) een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
    Het werken met een schaaf geeft veel houtkrullen als afval.
  2. (gereedschap) een werktuig om dunne plakjes van een materiaal af te snijden.
    Voor de huidtransplantatie wordt met een speciaal schaafje een dun laagje van de huid afgenomen.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
schaven

schaaf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaven
    Ik schaaf.
  2. gebiedende wijs van schaven
    Schaaf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schaven
    Schaaf je?