reduplicatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·du·pli·ca·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reduplicatie reduplicaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

reduplicatie v

  1. (taalkunde) vorming van een nieuw woorden of zinsneden door geheel of gedeeltelijke herhalen van een deel daarvan
    • Voorbeelden van reduplicatie in het Nederlands zijn: mama, gadogado, zigzag, aller-allergrootst, in- en intriest of dag in, dag uit 
  2. (biologie)(historisch) naam door Bateson gebruikt voor een door hem verondersteld genetisch proces
Opmerkingen

Zie ook reduplicatie in de vaktermenlijst van de Leidraad bij de Woordenlijst van de Nederlandse taal.

Afgeleide begrippen
Vertalingen

Verwijzingen


Meer informatie

Gangbaarheid