proces

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·ces
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord proces processen
verkleinwoord procesje procesjes

Zelfstandig naamwoord

proces o

  1. (juridisch) een strafproces of rechtszaak
    • Een proces heropenen. 
  2. de stroom van gelijksoortige gebeurtenissen of handelingen [2]
    • Het verloop van het proces vertoont telkens weer grote gelijkenis. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal