ramen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·men
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘schatten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1384 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ramen
raamde
geraamd
zwak -d volledig

Werkwoord

ramen

  1. overgankelijk inschatten, vaak middels berekening
    • Dat wordt geraamd op drie miljoen euro. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ramen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord raam

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen