inschatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·schat·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inschatten
schatte in
ingeschat
zwak -t volledig

Werkwoord

inschatten [2]

  1. overgankelijk beoordelen, ramen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
inschatten

inschatten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van inschatten
    • ...dat wij inschatten. 
    • ...dat jullie inschatten. 
    • ...dat zij inschatten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen