maren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ren

Zelfstandig naamwoord

maren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mare
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord maar

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.