prach

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prach

Werkwoord

vervoeging van
prachen

prach

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prachen
    • Ik prach. 
  2. gebiedende wijs van prachen
    • Prach! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prachen
    • Prach je? 

Gangbaarheid

Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking
  • prach
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *porxъ

Zelfstandig naamwoord

prach m

  1. stof; heel kleine deeltjes
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • prach
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Proto-Slavische *porxъ

Zelfstandig naamwoord

prach monbezield

  1. stof; heel kleine deeltjes
Verbuiging
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Spreekwoorden
Paroniemen

Verwijzingen