poser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poser posers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

poser v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) duit
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
poser
posais
posé
eerste groep volledig

Werkwoord

poser

  1. stellen
  2. plaatsen
  3. (spreektaal) indruk maken
    «Une Lamborghini comme ça, ça pose
    Met zo'n Lamborghini maak je de blits. [1]

Verwijzingen


Noors

Woordafbreking
  • po·ser

Werkwoord

poser

  1. tegenwoordige tijd van pose

Werkwoord

poser

  1. gebiedende wijs van posere

Zelfstandig naamwoord

poser, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van pose


Nynorsk

Woordafbreking
  • po·ser

Werkwoord

poser

  1. gebiedende wijs van posere