plantage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ta·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plantage plantages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

plantage v [3]

  1. (landbouw) een uitgestrekt stuk grond waarop op grote schaal, gewoonlijk tropische, gewassen in monocultuur verbouwd worden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

plantage m

  1. (spreektaal) sof, flop, miskleun [1]
  2. (spreektaal) crashen van een computer
    «Putain! Y a eu un plantage du serveur, j’ai pas sauvegardé mes données!»
    Verdomme, de server is gecrasht en ik heb mijn data niet opgeslagen! [1]

Verwijzingen