flop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flop
enkelvoud meervoud
naamwoord flop floppen
flops
verkleinwoord flopje flopjes

Zelfstandig naamwoord

flop m

  1. mislukking, fiasco
    De voorstelling was een complete flop.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
floppen

flop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van floppen
    Ik flop.
  2. gebiedende wijs van floppen
    Flop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van floppen
    Flop je?