fastidiar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • fas·ti·diar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fastidiar
fastidiaba
fastidiado
volledig

Werkwoord

fastidiar

  1. (overgankelijk) treiteren, plagen, hinderen
  2. ergeren, ontstemmen
Synoniemen
Verwijzingen