plagerig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·ge·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plagerig plageriger plagerigst
verbogen plagerige plagerigere plagerigste
partitief plagerigs plagerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

plagerig

  1. geneid tot (vriendelijk of zelfs liefdevol) plagen
    • (over de app hear) ‘Happy’ herhaalt geluiden in verschillende toonhoogtes, waardoor het lijkt alsof versies van jezelf je plagerig nadoen. En ‘office’ maakt van je omgeving een monotone geluidsbrij. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Frank Huiskamp 17 mei 2016 NRC