piep
Uiterlijk
- piep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | piep | piepen |
| verkleinwoord | piepje | piepjes |
- een piepend geluid
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | piep |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
piep
- (informeel) piepjong
piep
- het geluid van sommige kleine diertjes
| vervoeging van |
|---|
| piepen |
piep
- Het woord piep staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "piep" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[5] |
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Predicaatswoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Informeel in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %