periodisk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·disk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Deense zelfstandige naamwoord periode met het voorvoegsel peri- en met het achtervoegsel -isk
Naar frequentie 37643
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud periodisk mere periodisk mest periodisk
o enkelvoud periodisk
meervoud periodiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
periodiske mere periodisk mest periodiske

Bijvoeglijk naamwoord

periodisk

  1. periodiek
Antoniemen
Typische woordcombinaties
  • det periodiske system
het periodieke systeem
  • en periodisk decimalbrøk
de repeterende breuk


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·disk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse zelfstandige naamwoord periode met het voorvoegsel peri- en met het achtervoegsel -isk
Naar frequentie 60516
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud periodisk mer periodisk mest periodisk
o enkelvoud periodisk
meervoud periodiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
periodiske mer periodisk mest periodiske

Bijvoeglijk naamwoord

periodisk

  1. periodiek
Typische woordcombinaties
  • det periodiske system
het periodieke systeem


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·disk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske zelfstandige naamwoord periode met het voorvoegsel peri- en met het achtervoegsel -isk
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud periodisk meir periodisk mest periodisk
o enkelvoud periodisk
meervoud periodiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
periodiske meir periodisk mest periodiske

Bijvoeglijk naamwoord

periodisk

  1. periodiek
Typische woordcombinaties
  • det periodiske systemet
het periodieke systeem