magazine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ga·zi·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘periodiek’ voor het eerst aangetroffen in 1929 [1]
  • van Engels magazine [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord magazine magazines
verkleinwoord magazinetje magazinetjes

Zelfstandig naamwoord

magazine o

  1. gedrukte publicatie die met vaste tussenpozen verschijnt
  2. nieuwsprogramma op radio of tv dat met vaste tussenpozen wordt uitgezonden
Opmerkingen
  • De Woordenlijst gaat ook in het geval van de meer Amerikaanse manier van uitspreken kennelijk uit van een mogelijke afbreking na i omdat die lang (als ie) wordt uitgesproken. Omdat "zine" in dit geval als één lettergreep kan worden uitgesproken, is ook ook verdedigbaar dat na i niet kan worden afgebroken en de Amerikaanse uitspraak wordt gebruikt, zoals in Van Dale[3] staat en hierboven tussen haakjes is vermeld. Bij een meer vernederlandste uitspraak is afbreken na de i altijd mogelijk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. Boon, C.A. den & D. Geeraerts (red.) Van Dale: Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14e druk (2005) Van Dale Lexicografie Utrecht/Antwerpen; cd-rom


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • mag‧a‧zine
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
magazine magazines

Zelfstandig naamwoord

magazine

  1. gedrukte publicatie die met vaste tussenpozen verschijnt
  2. opslagplaats voor munitie
  3. magazijn van een vuurwapen
  4. plaats in een apparaat voor een los onderdeel dat gemakkelijk kan worden gewisseld
Overerving en ontlening