peel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • peel

Werkwoord

vervoeging van
pelen

peel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pelen
    • Ik peel. 
  2. gebiedende wijs van pelen
    • Peel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pelen
    • Peel je? 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders
45 % van de Vlamingen.