schieter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] bakker met houten schieter
Uitspraak
Woordafbreking
  • schie·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schieter schieters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schieter m

  1. iemand die een projectiel met grote snelheid laat wegvliegen (uit een vuurwapen)
    • Zondag mogen de beste schieters van de voorrondes aan de kwalificaties deelnemen. De beste acht strijden vervolgens in de finale om de wereldbekerzege. Cox is momenteel het nummer 63 van de wereld. [1] 
    • Tijdens een lezing op een conventie van de College Republican National Committee sprak Caitlyn haar afschuw uit over de schietpartij. "Niemand verdient wat daar is gebeurd, dat is niet goed te praten", zei ze tijdens de bijeenkomst, die door bezoekers werd opgenomen en verspreid via social media. "Gelukkig was die kerel een slechte schieter." Daarna maakte ze een grap over liberalen die niet in staat zijn 'to shoot straight', een uitdrukking die letterlijk staat voor niet kunnen schieten, maar figuurlijk betekent: 'eerlijk handelen'. [2] 
  2. voorwerp waarmee men broden in- en uit de oven haalt
    • Echte Bakker Meen uit Delden is tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst op 16 januari van het Echte Bakkersgilde, waar bijna driehonderd Echte Bakkers bij zijn aangesloten tweede geworden in het klassement van 'Beste Winkel 2018'. Hierdoor mocht de bakkerij met een score van 9,92 de Zilveren Schieter in ontvangst nemen. [3] 
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen