pelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pelen
peelde
gepeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

pelen

  1. overgankelijk de huid grondig reinigen en ontdoen van dode cellen
    • Tijdens een behandeling met microdermabrasie wordt met een diamanten ring in regelmatige bewegingen de huid intensief gepeeld. 

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
pelar

pelen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pelar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pelar
vervoeging van
pelarse

pelen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pelarse
  2. gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pelarse