evenknie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • even·knie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord evenknie evenknieën
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

evenknie v/m [3]

  1. iets of iemands gelijke
    • Wat betreft de internetveiligheid en de digitale Conventie van Genève is de strategie van Microsoft duidelijk: zodra nationale staten deze officieel erkennen als de digitale evenknie van het Rode Kruis, zouden hieruit ook lucratieve beveiligingscontracten moeten voortkomen - alles uiteraard tegen een fikse vergoeding.[4] 
    • Op foto's van wat een glorieus moment had moeten worden, staat de topman van FrieslandCampina glunderend naast zijn evenknie bij branchegenoot Huishan Dairy Holdings. Het kindje dat Cees 't Hart en Yang Kai samen hebben gebaard: Friesland Huishan Dairy, dat babyvoeding gaat produceren voor de Chinese markt. Sinds twee weken tikt er een tijdbom onder deze Nederlands-Chinese joint-venture. De fabriek met 400 werknemers in de miljoenenstad Shenyang draait gewoon door, bezweert een woordvoerder van FrieslandCampina in Amersfoort.[5]  
  2. (verouderd) iemand die van een gelijke stand is
Synoniemen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen