afbladderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Afbladderen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·blad·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afbladderen
bladderde af
afgebladderd
zwak -d volledig

Werkwoord

afbladderen

  1. ergatief het in dunne laagjes loskomen van verf
    • De buitendeur bladdert helemaal af. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.