pakt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pakt

Werkwoord

vervoeging van
pakken

pakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pakken
    • Jij pakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pakken
    • Hij pakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van pakken
    • Pakt! 


Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse pactum

Zelfstandig naamwoord

pakt m

  1. pact
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • pakt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse pactum

Zelfstandig naamwoord

pakt monbezield

  1. pact
    «Pakt Ribbentrop-Molotov oficiálně stvrdil spolupráci mezi nacistickým Německem a Sovětským svazem.»
    Het Molotov-Ribbentroppact bevestigde officieel de samenwerking tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie.
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie