pakte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·te

Werkwoord

vervoeging van
pakken

pakte

  1. enkelvoud verleden tijd van pakken
    • Ik pakte. 
    • Jij pakte. 
    • Hij, zij, het pakte. 

Tsjechisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

pakte

  1. vocatief enkelvoud van pakt