Naar inhoud springen

ergernis

Uit WikiWoordenboek
  • er·ger·nis
enkelvoud meervoud
naamwoord ergernis ergernissen
verkleinwoord ergernisje ergernisjes

deergernisv

  1. een zaak die gevoelens van onvrede oproept
    • De ergernis deed hem rood aanlopen. 
     ' Otto en Cornelia kijken met nauwelijks verholen ergernis naar Nella.[3]
     Tot grote ergernis van het publiek ('Help! Ze nemen ons een planeet af!') en van astronomen die om welke reden dan ook een speciale band met Pluto hebben.[4]
97 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]