pór

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nedersorbisch

Zelfstandig naamwoord

pór

  1. paar


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • pór
Woordherkomst en -opbouw
  1. Afgeleid van het Latijnse porrum
  2. Afgeleid van het Latijnse porus

Zelfstandig naamwoord

pór monbezield

  1. (plantkunde)(groente) prei, een look die als groente gegeten wordt
    «Pór potřebuje ke klíčení tmu.»
    Prei heeft voor het kiemen het duister nodig.
  2. porie; een microscopisch gaatje
    «Existují muži s romantickýma očima a s vášní v každém póru svého těla.»
    Er bestaan mannen met romantische ogen en met passie in elke porie van je lichaam.
  3. porie; een kleine opening aan het oppervlak van een voorwerp
Verbuiging
Schrijfwijzen
  1. Oude schrijfwijze: póra v
Synoniemen
  1. pórek monbezield, pór zahradní monbezield
  2. průduch monbezield
Hyperoniemen
  1. rostlina v, zelenina v
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
Paroniemen

Meer informatie

Verwijzingen