beoordelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·oor·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beoordelen
beoordeelde
beoordeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

beoordelen

  1. overgankelijk tot een oordeel komen over iets
    • Dat kan ik echt niet beoordelen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.