overwoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·woog

Werkwoord

vervoeging van
overwegen

overwoog

  1. enkelvoud verleden tijd van overwegen
    • Ik overwoog. 
    • Jij overwoog. 
    • Hij, zij, het overwoog. 
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overwegen

overwoog

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van overwegen
    • ... dat ik overwoog. 
    • ... dat jij overwoog. 
    • ... dat hij, zij, het overwoog.