overweging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·we·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overweging overwegingen
verkleinwoord overweginkje overweginkjes

Zelfstandig naamwoord

overweging v

  1. beoordeling van argumenten, ergens over nadenken om tot een beslissing te komen
    "Bij de kort daarop gevolgde oprigting der Leidsche hoogeschool schijnt men in overweging genomen te hebben, om aan hem een hoogleeraarsambt op te dragen, maar hiervan is niets gekomen."[1]
Verwijzingen
  1. Aa, A.J. van der; Karel Johan Reinier van Harderwijk en Gilles Dionysius Jacobus Schotel (1862). Biographisch woordenboek der Nederlanden, p. 238. Uitg.: J.J. van Brederode.