oudtante

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oud·tan·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oudtante oudtantes
verkleinwoord oudtantetje oudtantetjes

Zelfstandig naamwoord

oudtante v

  1. (familie) een tante van een ouder
    • Een oudtante van mij is laatst toch nog gaan reizen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.