oudoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oud·oom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oudoom oudooms
verkleinwoord oudoompje oudoompjes

Zelfstandig naamwoord

oudoom m

  1. (familie) oom van een ouder, broer van een grootouder
    • Een oudoom van mij is frater in Kenia. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie