opvatting
Uiterlijk
- op·vat·ting
- Naamwoord van handeling van opvatten met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opvatting | opvattingen |
| verkleinwoord | opvattinkje | opvattinkjes |
de opvatting v
- de manier waarop iets wordt beschouwd
- Volgens oude opvattingen was de aarde meer een pannenkoek dan een bol.
- ▸ Ook werd gebroken met de opvatting dat de koning alle macht toekwam die hem niet uitdrukkelijk door de grondwetgever was ontzegd.[1]
- mening
- ▸ In zijn Du Contract Social ou principes du droit politique (1762) breekt hij met de opvatting van (onder andere) Hobbes en Locke dat het contract tussen onderdanen en soeverein de enige legitieme bron van gezag is.[1]
- ▸ In staatsrechtkringen werd Thorbeckes opvatting dat artikel 54 de deur wijd openzette voor misbruik van het koninklijk gezag niet door iedereen gedeeld.[1]
- uitleg, interpretatie
- Het woord opvatting staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opvatting" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 3 Helen Stout“De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048528622 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %