ontwrichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wrich·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontwrichten
ontwrichtte
ontwricht
zwak -t volledig

Werkwoord

ontwrichten

  1. (overgankelijk) losmaken uit hun gewricht
  2. (overgankelijk) verhinderen dat iets zijn normale loop heeft
    De overwachte protestactie ontwrichtte het hele verkeer.
    ontwrichten bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl