Naar inhoud springen

ontwrichten

Uit WikiWoordenboek
  • ont·wrich·ten
  • In de betekenis van ‘uit zijn verband rukken’ voor het eerst aangetroffen in 1765 [1]
  • afgeleid van gewricht met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontwrichten
ontwrichtte
ontwricht
zwak -t volledig

ontwrichten [3]

  1. overgankelijk, (medisch) (een bot) losmaken uit het betreffende  gewricht zn 
    • Hij lijkt zijn schouder te hebben ontwricht.[4] 
  2. overgankelijk verhinderen dat iets zijn normale loop heeft
    • De overwachte protestactie ontwrichtte het hele verkeer. 
    • Er woedt allang een hybride oorlog, met desinformatie en sabotage om democratieën te ontwrichten. Extreemrechtse politici worden omgekocht, bedrijven opgelicht, datingsites geïnfiltreerd door Russische spionnen.[5] 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]