sabotage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·bo·ta·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sabotage sabotages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sabotage v [2]

  1. een ingreep op zaken om deze te laten mislukken of te vernielen
    • De geheime agenten zorgden voor de sabotage van de bommen van de terroristische organisatie. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

sabotage

  1. sabotage


Frans

Zelfstandig naamwoord

sabotage m

  1. sabotage