ont-

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
162
Woordherkomst en -opbouw
Van Protogermaans *and-, anþ(a)-,
vanwaar ook:
het voegwoord en
het voorvoegsel ant- in antwoord
Verwanten in andere Germaanse talen:
Engels: an- in answer
Duits: ent-, ant- in Antwort
Gotisch: 𐌰𐌽𐌳-
Zweeds: an-

Niet buiten Germaans.

Voorvoegsel

(niet scheidbaar)
ont-

  1. ont- + werkwoord geeft een beëindiging van een werking of een verwijdering aan.
    • Iets ontvangen betekent iets uit andersmans handen krijgen. 
  2. ont- + werkwoord vormt een in de regel ergatief werkwoord dat het begin van een spontaan proces aanduidt.
    • Ontbranden betekent spontaan in brand vliegen. 
  3. ont- + zelfstandig naamwoord + -en vormt een werkwoord dat een verwijdering van iets aangeeft.
    • Iets ontbladeren betekent bladeren verwijderen 
  4. ont- + bijvoeglijk naamwoord + -en vormt een werkwoord dat de beëindiging van een hoedanigheid aangeeft.
    • Een klank ontronden betekent de klank minder gerond maken 
    • Het ontvetten van de keuken was een lastige klus. 
  5. ont- + bijvoeglijk naamwoord + -en vormt een werkwoord dat het begin van een hoedanigheid aangeeft.
    • Iemand ontnuchteren betekent echter juist iemand nuchter maken, bijvoorbeeld door de dronkenschap te beëindigen. 
    • Op verzoek van de arts ontblootte hij zijn bovenlijf. 
Antoniemen
  • [3]: be-; vgl. bebossen en ontbossen.
  • [4]: in-; vgl. invetten en ontvetten.
Afgeleide begrippen