verrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·rek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘lichaamsdeel ontwrichten’ voor het eerst aangetroffen in 1562 [1]
  • afgeleid van rekken met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrekken
verrekte
verrekt
zwak -t volledig

Werkwoord

verrekken

  1. ergatief op een miserabele wijze aan zijn einde komen
    • Ze zijn daar in sneeuw en ijs van de koude en de honger langzaam verrekt. 
  2. absoluut het ~ iets ondanks alles niet doen, iets weigeren te doen
    • Hij verrekt het om daar aan mee te werken. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen